Brussels Capital Region
Terug naar nieuws

LGBTQIA+-foob geweld in Brussel: wijdverspreid maar zelden gesignaleerd

Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie publiceert Brussel Preventie & Veiligheid (BPV) de resultaten van een analyse over LGBTQIA+-foob geweld in het Brussels Gewest. Het Observatorium van BPV maakte gebruik van niet-gepubliceerde gegevens afkomstig uit een partnerschap tussen Brussel Preventie & Veiligheid, equal.brussels en de vereniging RainbowHouse Brussels. Uit die gegevens blijkt dat geweld en discriminatie ten aanzien van mensen op grond van hun seksuele geaardheid en/of genderidentiteit en -expressie een realiteit zijn in het Gewest maar vaak niet wordt aangegeven bij de politie. 

In 2020 stelde de politie in het Brussels Gewest slechts 34 pv’s op met betrekking tot feiten gelinkt aan homofobe discriminatie. In datzelfde jaar werden bij de correctionele parketten van Brussel slechts 13 zaken als ‘homofoob’ geregistreerd. Van de 12 zaken van dat type waarover het parket een beslissing nam, werden er 10 geseponeerd. Gespecialiseerde verenigingen in de sector, alsmede diverse onderzoeken op verschillende niveaus, getuigen echter van een heel andere realiteit. Volgens het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten vermeed in 2019 67% van de LGBTI's in België vaak of altijd elkaars hand vast te houden in het openbaar.

In alle levenssferen
Uit de 42 verslagen die door RainbowHouse Brussel zijn verzameld en door het Observatorium van BPV geanalyseerd, blijkt dat discriminatie en geweld in verband met seksuele geaardheid of genderidentiteit alomtegenwoordig zijn. In de eerste plaats in de openbare ruimte en in het openbaar vervoer, waar geweld - vooral verbaal - veelvuldig voorkomt. Het is goed gedocumenteerd dat de gezondheidscrisis de spanningen en moeilijkheden in de gezinssfeer heeft doen toenemen. Dat geldt ook voor jongeren die aan huis gebonden zijn met een gezin dat hun genderidentiteit of seksuele geaardheid niet of nauwelijks aanvaardt. Minderjarigen blijken een bijzonder kwetsbare groep te zijn. Ook op het internet komen homo-/lesbo-/transfobe pesterijen en zelfs doodsbedreigingen voor. Ten slotte blijkt ook de beroepssfeer - zoals ook Unia opmerkt - een plaats waar ervaringen van discriminatie, intimidatie en verbaal geweld aanwezig zijn. Geen enkele plaats wordt gespaard. De verzamelde verslagen hebben ook betrekking op de horeca, toegang tot huisvesting of tot goederen en diensten (taxi's, winkels, artsen enz.). Opvallend is ook het geweld dat uitgaat van vertegenwoordigers van instellingen: politieagenten, MIVB-inspecteurs en ambtenaren van gemeentelijke administraties worden genoemd als daders van LGBTQIA+-foob geweld of discriminatie.

De 'homobuurt', in het hart van een paradox...
Met name in de openbare ruimte houdt het ondervonden geweld vaak verband met de genderexpressie van de slachtoffers (kledingstijl, het dragen van make-up) of met hun vermeende seksuele geaardheid, die als ‘onconventioneel’ wordt beschouwd. Hoewel LGBTQIA+ zich veiliger voelen in de ‘homobuurt’, leidt hun grotere zichtbaarheid er paradoxaal genoeg tot meer gewelddadige incidenten dan elders.  

Het Observatorium stipt ook aan dat de discriminatie van heel wat slachtoffers op het kruispunt van verschillende overheersingsverhoudingen ligt: in veel van de gemelde situaties is er sprake van een cumulatie van homo-/lesbofobie, racisme, seksisme, fat shaming enzovoort. Slachtoffers worden dus niet alleen gediscrimineerd op grond van hun seksuele geaardheid of genderidentiteit/-expressie, maar ook op grond van hun huidskleur, afkomst, beroep, gezondheidstoestand enz. Dat fenomeen wordt intersectionaliteit genoemd.  

Met name in de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met de complexiteit van die situaties om een monolithische benadering te vermijden. Volgens die benadering is de ‘homowijk’ noodzakelijkerwijs ‘veilig’ is en de omgeving ervan gevaarlijk, terwijl vrouwen en homoseksuelen uit etnisch-culturele minderheden het risico van seksistisch en racistisch geweld in de wijk hoog achten.

Het vertrouwen tussen de politie en het betrokken publiek herstellen
Slechts 4 van de 42 meldingen ontvangen door het RainbowHouse, werden ook bij de politie gemeld. De slachtoffers melden vooral een gebrek aan vertrouwen in de instelling (in het bijzonder mensen in precaire situaties of uit etnisch-culturele minderheden). Ze denken ook dat het indienen van een klacht geen zin heeft - een overtuiging die niet wordt tegengesproken door het hoge seponeringspercentage. Slachtoffers doen soms ook geen aangifte uit schaamte of uit angst dat hun familie of omgeving (bv. op het werk) achter hun seksuele geaardheid zal komen (‘outing’).    

De andere aanbevelingen beogen: de voortzetting en uitbreiding van het proefproject, medegefinancierd door equal.brussels en Brussel Preventie & Veiligheid, om de beeldvorming van LGBTQIA+-foob geweld te verfijnen; aandacht voor de problematiek in alle overheidsbeleid met een intersectioneel perspectief, met inbegrip van de sensibilisering van agenten in contact met het publiek; de strijd tegen de bagatellisering van de feiten. 

Rudi Vervoort, minister-president: "Naast het globaal veiligheidsplan en de talrijke reeds opgezette acties zijn we van plan om (binnen de grenzen van onze bevoegdheden) bepaalde specifieke acties te ontwikkelen in samenwerking met de verenigingen in het veld, de gewestelijke besturen en de politie. Een van onze acties is bijvoorbeeld het optimaliseren van de verzameling van gegevens over geweld tegen en discriminatie van LGBTQIA+-personen. 
Die cijfers moeten ons in staat stellen de zorg voor de slachtoffers te verbeteren en om de openbare plaatsen waar onveiligheid heerst beter te identificeren. 
Op die manier zullen we onze diensten zowel preventief als reactief kunnen mobiliseren, zodat ieders veiligheid gewaarborgd is."

Nawal Ben Hamou, staatssecretaris voor Gelijke Kansen:Een van de belangrijke problematieken voor het Brussels actieplan voor de inclusie van LGBTQIA+-personen betreft de monitoring van de klachten. Die monitoring van klachten is een onmisbare voorwaarde voor een betere bestrijding van agressie, geweld en discriminatie waar te veel LGBTQIA+-personen nog steeds mee te maken krijgen. Het is door het objectiveren en analyseren van het fenomeen dat we het effectiever kunnen bestrijden. Helaas dienen slachtoffers van dergelijk geweld maar al te vaak geen klacht in, hoewel het een essentiële stap is om de geleden schade te formaliseren, om de slachtoffers in staat te stellen hun leven weer op te pikken en om de daders te vervolgen en ter verantwoording te roepen. Het is ook op basis van een nauwkeurige follow-up van die klachten dat we in staat zullen zijn doeltreffende preventieve acties uit te voeren, maar ook om het optreden van de politiediensten beter vorm te geven en te coördineren. Naast preventie, opleiding en bewustmakingsactiviteiten is het daarom even essentieel dat we blijven werken aan een betere opvang van LGBTQIA+-slachtoffers in politiebureaus en dat we slachtoffers van LGBTQIA+-fobe daden aanmoedigen systematisch aangifte te doen van deze onaanvaardbare aanvallen. "
 
Sophie Lavaux, directrice-generaal van BPV: “Het dark number betreft criminele feiten die plaatsvonden maar niet bekend zijn bij de politie. Ze maken dus geen deel uit van de officiële statistieken en worden niet in aanmerking genomen bij het vaststellen van beleidsprioriteiten. Het door BPV verrichte werk werpt een licht op de kwestie van LGBTQIA+-foob geweld, waarvoor tot nu toe weinig cijfers beschikbaar waren. In het kader van thema 1 ‘Fysieke en psychologische integriteit van de bevolking’ van het Globaal veiligheids- en Preventieplan (GVPP) 2021-2024 van het Gewest onderstreept BPV het belang van dat fenomeen."

Yves BASTAERTS, adjunct-directeur-generaal van BPV: "Degelijke opleiding van politieagenten over de problematiek, systematische registratie van haatmotieven op politioneel en judicieel niveau en een doeltreffende follow-up van de dossiers zijn op dit moment prioritair. Wat de opleiding van de politie betreft, wordt binnen Brusafe een expertisecentrum inzake ‘discriminatie’ ontwikkeld. Die acties liggen in de lijn van de aanbevelingen in de studie en dienen te worden voortgezet en uitgebreid. ‘Voor een veilig Brussel’, voor LGBTQIA-personen is die uitdaging immers groot.” 


Werd jij het slachtoffer van gewelddadige of discriminerende opmerkingen, gebaren of handelingen in verband met jouw seksuele geaardheid en/of genderidentiteit? Jouw ervaring is belangrijk. Geen enkel incident is onbeduidend! 
Het RainbowHouse is er om anoniem naar jou te luisteren en geeft je advies over mogelijke verdere stappen. Maak een afspraak via sms of WhatsApp: 0492/40.84.84. -  http://rainbowhouse.be/nl/projet/melding/ .
Unia en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IEFH) zijn ook beschikbaar om gratis bijstand te verlenen, waaronder ook juridische bijstand. Bel in geval van nood steeds 112 om de politie of de medische hulpdiensten te bereiken.