Brussels Capital Region
Back to publications

Verslag van het Observatorium

15 januari 2021

Het Observatorium stelt zijn Jaarlijks verslag voor

 Het Verslag 2019 biedt een becommentarieerd overzicht van de kerncijfers over de veiligheid in het Brussels Gewest voor het jaar 2019. Het Observatorium wil de realiteit zo getrouw mogelijk weergeven. Het verzamelt daarom niet alleen cijfers en tendensen bij de verschillende partners van de veiligheids- en preventieketen (politionele, gerechtelijke en administratieve statistieken) maar richt zich aan de hand van de Gewestelijke Veiligheidsenquête  ook rechtstreeks tot de burgers aanwezig in het Gewest. Het resultaat is een genuanceerd beeld van de veiligheid in het BHG, met aandacht voor de positieve punten en de werkpunten. De evolutieve observatie van de criminaliteit en van het veiligheidsgevoel ondersteunt de denkoefening rond prioritaire fenomenen en de manier om ermee om te gaan. 

Een sterk veiligheidsgevoel ... 
Volgens de Gewestelijke Veiligheidsenquêtes van het Observatorium voelt een grote meerderheid van de personen zich in het Gewest nooit tot zelden onveilig. Het gaat om 60% van de inwoners, 62% van de pendelaars en 79% van de toeristen (GVE 2018) en 71% van de professionals (GVE 2019). Meer dan 60% van de ondernemingen in het Gewest geven aan ‘tevreden’ of ‘zeer tevreden’ te zijn over de veiligheid in hun wijk.

En een dalende geregistreerde criminaliteit 
In 2019 werden 152.195 overtredingen geregistreerd. De criminaliteit die de politie registreert, vertoont dus een daling op lange termijn: -13% ten opzichte van 2010 (ondanks een lichte stijging sinds 2015 (+4%)). Het aantal gemeentelijke administratieve sancties, dat tussen 2012 en 2017 sterk toegenomen was, (+304%) , daalt opnieuw (-18% tussen 2017 en 2019). In 2019 behandelden de sanctionerende ambtenaren van de 19 Brusselse gemeenten 197.221 pv’s of vaststellingen. Ook bij het correctioneel parket tekenen we een dalende tendens op (-16% voor de binnenkomende en uitgaande zaken van 2015 tot 2019). Die trend hangt evenwel eerder samen met het invoeren van alternatieve procedures en met gewijzigde processen dan met een reële daling van de criminaliteit. Sinds 2015 stabiliseert overigens het aantal zaken dat binnenkomt op het Brussels jeugdparket aangaande delinquente minderjarigen die een als misdaad omschreven feit hebben gepleegd. Vijf jaar geleden was dit type zaken nog oververtegenwoordigd in het BHG t.o.v. het Belgisch niveau. Vandaag is dat niet meer het geval.

Een hoog zwart cijfer ...
De gewestelijke veiligheidsenquêtes wijzen op een hoog zwart cijfer. Dat zijn feiten waarvan mensen zeggen dat ze er slachtoffer van werden maar die ze niet aangeven bij de politie. De geregistreerde criminaliteitscijfers zijn dus geen weergave van de realiteit. De schommelingen in de cijfers hangen enerzijds af van de politionele proactiviteit en anderzijds van de neiging van slachtoffers om bepaalde feiten aan te geven. Die trend kan evolueren in functie van de actualiteit. De stijging van het aantal geregistreerde feiten van seksueel geweld (+30% in 2019 t.o.v. 2015) betekent bijvoorbeeld niet noodzakelijk dat het fenomeen vaker voorkomt. Ze weerspiegelt ook een grotere bereidwilligheid bij de slachtoffers om te praten, in het bijzonder door de Me too-beweging. 

En enkele aandachtspunten
In het algemeen zijn de trends positief. Toch verdienen een aantal verschijnselen extra aandacht van de veiligheidsactoren.

Bijvoorbeeld? Problemen op het vlak van openbare netheid. Denk aan het wegwerpen van peuken of klein afval en zelfs aan sluikstorten. Of aan vuilnis dat slecht gesorteerd wordt of op het verkeerde moment buitengezet. Dergelijke overlast heeft rechtstreekse gevolgen op de leefomgeving en een sterke impact op het veiligheidsgevoel. Voor die overtredingen kunnen gemeentelijke of gewestelijke administratieve sancties worden opgelegd (door Leefmilieu Brussel en Net Brussel). Ook gemeentelijke belastingen (+35% van 2015 tot 2019; 12.166 belastingen in 2019) kunnen worden toegepast voor deze feiten, die door de inwoners en ondernemingen worden gezien als bijzonder storende factoren in het BHG. 

Diefstal, en dan vooral gauwdiefstal en fietsdiefstal, blijft net als de afgelopen jaren een belangrijk aandachtspunt. Ondanks de dalende tendens van criminaliteit geregistreerd door de politie, nam het aantal gauwdiefstallen tussen 2010 en 2019 toe met 28%. Sinds 2015 zelfs met 61%. Op het openbaar vervoer vormt het een groot probleem: in 2019 vond daar 28% van de gauwdiefstallen plaats. We zien de laatste jaren een grote gedragswijziging op het vlak van mobiliteit. Ondanks de verschillende preventie- en graveercampagnes, gaat dat gepaard met een sterke stijging van het aantal diefstallen van fietsen en bromfietsen (+64% van 2010 tot 2019). Fietsers maken bovendien een almaar groter deel uit van de slachtoffers van verkeersongevallen met lichamelijke letsels: +136% tussen 2010 en 2019.

Ook met minderjarigen moet rekening worden gehouden in het preventie- en veiligheidsbeleid. Het aandeel zaken voor ‘als misdrijf omschreven feit’ mag dan wel dalen, het aantal ‘minderjarigen in een verontrustende opvoedingssituatie’ neemt toe. Dat zien we zowel in de binnenkomende zaken bij het jeugdparket (+38% zaken tussen 2015 en 2019) als in het aantal beslissingen van de jeugdrechtbank en in de cijfers met betrekking tot jeugdhulp. Minderjarigen vormen ook een kwetsbare groep op het vlak van verkeersongevallen. In 2019 vertegenwoordigen ze 12% van de slachtoffers met lichamelijke letsels.

Aanbevelingen 
Gelet op alle gegevens in dit Verslag 2019, lijkt het essentieel om de inspanningen in de veiligheids- en preventiedomeinen verder te zetten. In eerste instantie door de burger te sensibiliseren op het vlak van inbraken en netheid, maar ook door het vertrouwen tussen de burger en de politie aan te sterken. Het onthaal van slachtoffers moet een prioriteit zijn, evenals de netwerkvorming en de samenwerking van een maximumaantal actoren van de preventie- en veiligheidsketen. Tot slot kan het accent worden gelegd op nieuwe technologieën die kunnen bijdragen aan het controleren en vervolgen van bepaalde feiten. Denk maar aan verkeersveiligheid of aan netheid. Ook de openbare ruimte verdient bijzondere aandacht. Een aangepaste inrichting maakt van de openbare ruimte een plek waar iedereen veilig kan vertoeven. 

Acties en vooruitzichten 
Het Observatorium zet zijn observatieopdracht verder, zowel op het vlak van algemene tendensen als door het opstellen van doelgerichte analyses. In 2020 werd opnieuw een Gewestelijke Veiligheidsenquête gevoerd bij inwoners, pendelaars en toeristen. De (te verschijnen) resultaten daarvan zullen de basis vormen voor het volgende verslag. 

Het nieuwe Globaal Veiligheids- en Preventieplan 2021-2024 (publicatie voorzien in 2021) stelt bovendien een reeks maatregelen voor. Die werden opgesteld in overleg met de volledige sector en bieden een antwoord op de geïdentificeerde problematieken.